Wat is hallux rigidus?
Hallux rigidus betekent stijve grote teen. Als het kraakbeen in het gewricht van je grote teen verslijt door artrose, kan je de teen niet meer goed bewegen.
Waarom opereren?
Een operatie wordt meestal pas voorgesteld:
- als steunzolen of aangepaste schoenen niet hebben geholpen;
- als de pijn te erg wordt;
- of omdat de klachten zich (dreigen te) verspreiden naar andere tenen.
Er zijn verschillende operatietechnieken mogelijk.
Mogelijke technieken
De arts kan de knobbels rond het gewricht verwijderen en het kraakbeen opfrissen en aanboren. De medische term hiervoor is een cheilectomie, met microfractuur of icepicking. Daarna kan je iets soepeler bewegen, zijn de knobbels weg en heb je meestal minder pijn. De artrose is dan wel nog altijd aanwezig.
Een andere optie is om het gewricht vast te zetten. Hierbij wordt het beschadigde kraakbeen verwijderd en bot tegen bot vastgezet zodat het niet meer kan bewegen. Dat noemen we artrodese. Eens vastgegroeid beweegt het gewricht niet meer en doet het ook geen pijn meer.
In zeldzame gevallen wordt het versleten gewricht van de grote teen vervangen door een kunstgewricht, ook een prothese genoemd. Door de grote krachten die op de teen komen zijn de langetermijnresultaten niet zo goed. Daarom wordt een teenprothese zelden uitgevoerd.
De verdoving
De operatie kan onder gedeeltelijke of volledige verdoving gebeuren.
Bij een gedeeltelijke (locoregionale) verdoving verdoven we alleen je voet via een prik (onder echogeleide) in de kniekuil. Breng gerust een hoofdtelefoon mee als je tijdens de ingreep naar muziek wil luisteren.
- Bij een volledige (algemene) verdoving brengt de anesthesist je volledig in slaap. Naast de algemene krijg je ook de locoregionale verdoving, omdat die extra prik de pijn na de operatie sterk kan verminderen.
De dag van de operatie
Op de dag van de operatie kom je naar de dienst Orthopedie op het afgesproken uur. Zorg dat je voeten verzorgd zijn en dat je eventuele nagellak verwijderd hebt. De ingreep duurt gemiddeld 45-60 minuten. Soms worden tijdens de operatie ook afwijkingen aan andere tenen gecorrigeerd. De rest van de operatie en het verloop van de revalidatie bespreekt je arts met jou, omdat de details verschillen per ingreep.