In welke situaties wordt een tumorablatie toegepast?
Tumorablatie is een mogelijke behandeling bij
- Botkanker en uitzaaiingen van andere soorten kanker in het bot (botmetastasen)
- Leverkanker en uitzaaiingen van andere soorten kanker in de lever (levermetastasen)
- Nierkanker
- Longkanker en uitzaaiingen van andere soorten kanker in de longen (longmetastasen)
Aandachtspunten voor een tumorablatie
- Reageerde je bij een eerder onderzoek overgevoelig of allergisch op een contrastvloeistof ? Verwittig dan je behandelend arts.
- Neem je bloedverdunners? Bespreek dat met je behandelend arts. Het kan zijn dat die je vraagt om de inname van die medicijnen een periode voor de plaatsing van de ascitesdrain te stoppen.
- Andere medicijnen mag je gewoon innemen met een glaasje water.
- Een tumorablatie vindt plaats onder volledige verdoving of met sedatie. Je krijgt van de afdeling Anesthesie aanvullende richtlijnen voor de voorbereiding.
Zwanger?
Het ongeboren kind is zeer gevoelig voor de gevolgen van straling. Gelieve ons daarom vóór een tumorablatie te melden of je al dan niet zwanger bent of kan zijn.
Verloop tumorablatie
- Een medewerker brengt je naar de afdeling Radiologie.
- Om het risico op infectie zo klein mogelijk te houden, wordt in de onderzoeksruimte steriel gewerkt. Dat wil zeggen, zoals op een operatiekamer, met speciale kleding en hygiëneregels.
- We schuiven je op de onderzoekstafel.
- In de onderzoeksruimte stellen we je een aantal controlevragen (naam, geboortedatum, medicijngebruik) om de procedure veilig te laten verlopen.
- Je wordt aangesloten op de bewakingsapparatuur, zo kunnen we tijdens de plaatsing van de sonde je bloeddruk en zuurstofgehalte meten.
- Je krijgt een infuus voor toediening van medicijnen.
- Een anesthesist brengt je in slaap.
- De tumor kan in beeld gebracht worden met behulp van een echografie en/of door contrastmiddel in de bloedvaten te spuiten die de tumor van bloed voorzien.
- De radioloog prikt de tumor door de huid aan met de ablatienaald.
- Door de ablatienaald die in de tumor geprikt is, kunnen radiofrequente golven (RFA) of microwave golven (MWA) de tumorcellen kapotmaken.
- Tijdens de procedure worden biopten afgenomen, voor evaluatie door de afdeling Pathologie.
- Als de behadneling klaar is, wordt de aanprikplek in de lies dichtgemaakt. Dat kan door een klem te plaatsen die gedurende 15 tot 20 minuten op de lies drukt. Daarna krijg je een drukverband. Of de radioloog beslist de lies te sluiten met een inwendige hechting, de wonde hoeft dan niet dicht gedrukt te worden.
- De aanprikplek van de ablatienaald wordt met een pleister afgeplakt.
- In de meeste gevallen duurt een tumorablatie ongeveer 2 uur.
- Meestal mag je de dag na de behandeling terug naar huis.
Aandachtspunten na een tumorablatie
- Je wordt naar de uitslaapkamer gebracht. Nadat je hersteld bent van de verdoving, brengen we je naar je kamer.
- Na een tumorablatie is het aangeraden om extra te drinken.
- Na een tumorablatie mag je direct weer eten.
- Om de kans op een nabloeding zo klein mogelijk te houden, heb je 4 uur bedrust op de verpleegafdeling.
Leefregels
- Rij niet zelf naar huis en loop rustig de trap op.
- Vanaf de 3de dag na de behandeling mag je weer seksueel contact hebben.
- De 1ste week na de behandeling mag je niet sporten of zware dingen tillen.
- Bij een inwendige hechting mag je 3 dagen geen douche of bad nemen.
Mogelijke complicaties na een tumorablatie
Vaak voorkomend
- misselijkheid, duizeligheid naar aanleiding van het contrastmiddel
- bloeduitstorting op de aanprikplek zoals een forse blauwe plek
Soms voorkomend
- trombus / embolie, stukje hard materiaal (stolsel of kalk) dat losraakt in het bloedvat
- nabloeding doordat de aanprikplek weer opengaat (druk met je vingers stevig op de aanprikplek en schakel hulp in)
- contrastallergie: klachten van jeuk, galbulten, benauwdheid
Laatst bijgewerkt op 30/03/2025
1 - 1 van 1